• Redactie

“Ik blijf hier totdat ik omval”

In 1951 betrok mevrouw Brons-Kroeze (95) met haar man een woning in een portiekflat aan de Bedumerstraat. Daar woont ze nu al 70 jaar.

“We woonden eerst op een achterkamertje. Er was woningnood, ook in die tijd. De flat was gloednieuw toen we hier kwamen. Voor ons was het een kasteel! De woningbouwvereniging kwam eerst controleren of we wel nette mensen waren, want je kwam er niet zomaar in.”

De woningbouwvereniging heette “Maatschappij ter verbetering van woontoestanden', tegenwoordig De Huismeesters.

De borg was 25 gulden. ”Dat was best veel geld, ongeveer een weekloon. Ik ga de woningbouw binnenkort maar eens om rente vragen”, lacht mevrouw Brons.

Andere tijd

De huurders behoorden tot de middenklasse, Haar man werkte bij de politie. Een flat vol jonge gezinnen, waar iedereen elkaar kende. Op zondag werden er gezamenlijke uitjes georganiseerd, bijvoorbeeld naar het Paterswoldse meer.

Het was een andere tijd. ”De leveranciers kwamen aan de deur. De melkboer, groenteboer, slager en kruidenier. Je bakte alles zelf, je naaide zelf je kleren en je deed de was met de hand in een tobbe.”

Pontje

Begin jaren '50 zag de buurt er nog heel anders uit. Achter het Noorderstation was een ijsbaan en begonnen de weilanden. De Bedumerweg zat vol met winkeltjes en werkplaatsen en het water in het midden was nog niet gedempt.

“Er lagen enkele woonschepen en je ging met een pontje naar de overkant. Het was een natuurlijke grens tussen de Korrewegwijk en De Hoogte.


Glas halfvol

Haar zoon begon in de jaren tachtig een motorenzaak om de hoek aan de Asingastraat. Ook een reden voor mevrouw Brons om op deze plek te blijven wonen.

Maar ze vindt dat de buurt er in al die jaren wel op achteruit is gegaan. ”Je hebt geen contact meer met met elkaar, hè. Je kent elkaar niet meer. Ook de huizen en de tuintjes worden niet goed meer onderhouden.”

Mevrouw Brons is 95 jaar, maar dat zou je haar niet geven. Ze woont zelfstandig, houdt haar eigen boeltje bij en liefhebbert in de tuin en achter haar schildersezel. “Ik ben een tevreden mens. Het glas is voor mij altijd halfvol en ik verveel me geen moment. Ik blijf hier totdat ik omval.”